Prins tot deken, braek tot beeld
Met woord en daad
Klatergoudpraat
Literaire pracht en praal in overdaad
Op heterdaad
te betrappen in onze geliefde stad
Van acrostichon tot zoetgevooisde schrijvers die spreken over schrijven
Met tekst, toneel, show en stoet
reiken de rederijkers ons de hand
bieden zij rijkdom voor hoofd en hart
(En we weten allemaal,
een rijke ziel is zoveel meer waard
Dan een rijkelijk gevulde hand)
De koning te rijk
Dat zijn zij - dat waren zij reikhalzend uitkijkend naar de ommegang - Vier keer reuzeblij
reusachtig pronkend en
prevelend van geluk in de processie
In het nieuwe jaar
wensen zij weer
meer waarde in woorden
meer liefs voor elkaar
meer rede, rede, rede:
Laat dat een goede reden zijn
elkaar nog meer te bereiken en verrijken
met gezelschap,
gemütlich genietend
van genootschap.
Alleen zo
komen onze woorden
pas echt tot leven.
oh goud, oh glans, oh schijn, oh straal,
oh licht, oh gloed, oh lijn, oh schaal,
oh blink, oh baai, oh fonkel, oh draai,
oh flash, oh schijn, oh vlaag, oh vleug,
oh schicht, oh zon, oh ster, oh deug,
Ja gouw, ja vuur, ja vlam, ja vonk,
ja dag, ja nacht, ja droom, ja licht,
ja lach, ja glim, ja glans, ja klonk,
ja brand, ja sleep, ja traan, ja zicht
oh bloem, oh munt, oh geld, oh schat,
oh strijk, oh waarde, oh pronk, oh mat,
oh kroon, oh ketting, oh ring, oh broche,
oh loon, oh staaf, oh munt, oh plak,
oh pracht, oh weelde, oh geil, oh dronk
oh waarde zo hier, op de buhne, oh stond
oh wat oh ja, oh geschied opt gemak,
oh kamer, oh jullie, oh glorie, oh eer,
oh rede, oh rijk, oh ja oh graag en meer
oh edeling, oh hoof, oh man, oh vrouw
oh fiscaal oh griffier en goudensdauw
van 1493 tot nu en hier
was goubloem ja als kamerwaar
het zenneverhaal in houbloems taal
oh kundig zo staats uitgedragen
als voordrachts
ideaal
Olé, olé, olé!
De Goubloem vaart even op Mexicaanse zee
Caramba, caramba, caramba!
Welkom in deze mooie Vilvoordse hacienda
2024 komt nu aan zijn slot
Tijd dus om even stil te staan, begot!
Stil, hoezo stil?
De Goubloem bleef dit jaar helemaal niet stil
Het was al snel bittere ernst
Met het meesterwerk van Oscar Wilde
Brachten we in maart een ernstige komedie
En spotten we met de Engelse aristocratie
Katrien, Karen, Charlotte, Vianney, Jos, Jeroen, Steve
En -terug van meer dan 20 jaar weggeweest!- onze Liliane
Het was voor haar echt niet te veel
Zij brachten allen hoogstaand toneel
Ieder op zijn fermst
En dit… in het belang van Ernst…
In de maand mei
Vond Lucas Vanclooster
Hartige vragen in zijn toaster
Hij stelde ze zonder schroom
In koffiebar Stoom
Aan Lieven Kandolo
en Marjan Justaert
Met af en toe een knipoogje naar Congo
Maar ook naar De Standaard
Alweer een geslaagde moderne literaire activiteit
U merkt het: de Vilvoordse rederijkers gaan mee met hun tijd
Toch houden we ook vast aan een mooi stukje historie
Ik zeg het u even pro memorie
In juli beelden we onszelf uit in de Brusselse Ommegang
We stappen van Warandepark tot Grote Markt
In formatie, elk in zijn rang
Karel de Vijfde wordt elk jaar wat grijzer
Maar we blijven roepen uit volle borst
Leve de Keizer!
Septembermaand was Reuzenmaand!
Fier trokken Reus, Reuzin, Janneke en Mieke
Door de Vilvoordse straten
Blij met deze mooie nieuwe kans
Werd dit gevierd met menig mooie dans
Zij maakten het echter niet te boud
Want onder elke reus stond een stevige Vilvoordse scout
Vandaag beleefden we een mooie literaire wandeling
Ik zeg hierbij graag één ding
Het kwam weer uit de koker van onze Lucas
Hij kreeg veel Vilvoordse auteurs in de pas
Mooie teksten kregen we te horen
Katrien en Lauren lazen voor, zij zijn echt hiervoor geboren
Uw voorzitter legde 2024 even onder de loupe
Weet, we deden dit in groep
Mijn oprechte dank gaat naar een leuk bestuur dat werkt
Zoals u al heeft gemerkt
Dat zijn Paula, Steve, Rudy, Peter en Mimoun
Zij kennen allen twee mooie werkwoorden
Dat zijn: durven en doen!
Dank aan Eva en Louis
Dankzij hun koffiebar
En zonder enige schroom
Houden ze ons onder Stoom
Dank vandaag aan Caramba
Voor het leuk ontvangst
Onder de Mexicaanse zon
Geef ik een dikke kus aan onze Anton
Dank voor uw komst
U heeft nu wel uw bekomst
Van dit schamel gedicht
En het is nu mijn plicht:
Laten we maar zijn een kannenkijker
Zoals een echte rederijker…
Gezondheid!
Rederijkers zijn kannenkijkers !
Zei ooit een Nederlandse zelfverklaarde geschiedenisdocent
Wij natuurlijk niet content
Een schandelijk citaat
De man is ondertussen dan ook verdiend op emeritaat
Opgestaan is weer de Calendula
Niet als hapje tussen kers en sla
Doch wel als baken van cultuur
Zonder enige muur
En voor alle mensen van onze stad
Jan Pier en Pol
En CC Bolwerk zat weer vol
De edele toneelkunst werd weer beoefend
Geloof me, er is veel voor geoefend
Acteurs en actrices vermaakten zich sans gêne
Temidden van een oerstevige decorscène
Lucas Vanclooster
Legde Tom en Laura, twee Vilvoordse auteurs, op zijn onverbiddelijke rooster
Heerlijke teksten werden gedeclameerd
Heerlijke pintjes werden geconsumeerd
Zijn rederijkers dan toch kannenkijkers?
Stevig paradeerden we op de Brusselse Ommegang
We waren goed op stang
En riepen al vanaf Meiser
Leve de Keizer!
Dank voor uw komst
U heeft nu wel uw bekomst
Van dit schamel gedicht
En het is nu mijn plicht:
Laten we maar zijn een kannenkijker
Zoals een echte rederijker…
Op de zolder van mijn hart
veilig weggeborgen
ligt een prachtige schat
van liefde voor De Goubloem,
haar roem en haar zorgen.
De Factor mist geen letter
van wat de raad vertelt,
is ook een keurige zetter,
charmant en lief gesteld.
De Fiscaal speelt een zware rol,
hij waakt op onze centen
en houdt dit jaren vol.
Hij straalt De Goubloem uit
tot bij de Brabantse venten.
Den Thys, voorwaar een felle,
droomt voor De Goubloem
zo'n hoge vluchten
dat de Hoofdman
er moet van zuchten
en zijn brede borst
vol hoop en trots doet zwellen.
Zijn Julia leidt de jeugd
tot ieders grote vreugd
en leert ze door keurige taal
hoe schoon is onze moedertaal.
Carinneke, een lief kindeke,
zorgt voor onze reuzen.
'k Zag voorwaar dat onze Jan
knipoogde naar Mieke
en hun schone ouders.
Vier sterke wippers wippen
Hoep Sa Sa hoog in de lucht,
hij valt met zware zucht
op zijn buik of zijn rug.
De Hoofdman heeft met zijn zoon
een vlijtige, knappe adjudant.
De Prins draagt waardig
de Braek, symbool van vrijheid,
een borg voor 't voortbestaan
van ons roemrijk blazoen.
Zijn prinses helpt op haar manier,
er gaan al drie prinsjes
achte rons banier.
De Hoofdman leidt met zachte hand
in liefden bloeiend, het hele pand.
Hij heeft aan De Goubloem
zijn ziel en hart verpand.
Ik vraag vergiffenis aan Jot Theys
omdat ik zo menig rijm
door slordigheid heb verpatst.
In mijn dromen bid ik
voor allen die ik niet noemen kan
en dank ze hartelijk
omdat zij de vijf eeuwen lange colonne
van Goubloemrederijkers hebben vervoegd.
In vrome herinnering
van hen die ons zijn voorafgegaan.
Eerbiedig opgedragen aan
Hoofdman Roger Adriaenssens.
Een meisje met een paardestaartje
loopt lachend naast een duffel-coat.
Beiden 18 jaar... Hij wordt piloot,
zij studeert rechten. Het leven is een taartje
en burgers een akelig allegaartje.
Na enkele jaren worden zij een paartje.
Hij werd boekhouder, heeft een kort geknipt kalotje.
Zij is mama, draagt een stevig wikkeldotje
en glimlacht als hij plagend stelt het vraagje
of zij nog is als vroeger, het wilde paardje?
Wrekend trekt zij speels hem aan zijn baardje
en beiden denken: "Is 't al zo lang geleden?"
Zij kijken plots verwonderd want... tevreden
loopt het dochterke, kleine Klaartje,
met pa en ma, net burgerpaartje, weer... met een paardestaartje.
© 04 2024 - ongi etorri