Personages

REDERIJKERIJEN


ANTHONIS DE ROOVERE (1430 - 1482)

de Roovere, die lid was van de Brugse Kamer De Heylighe Gheest schreef geen toneel, maar zijn dichtkunst steekt torenhoog uit boven dat van zijn tijdgenoten.

 

Hij was het best onderlegd in het vroede. Zijn karakter sloot daar ook het best bij aan. Hij was van nature serieus, zeer kritisch, zeer gelovig, alhoewel niet vreemd aan de volksdevotie van die tijd die niet zelden in conflict kwam met de officiële leer van de Kerk. Vandaar dat de geestelijken bij de Roovere af en toe het onderwerp van spot zijn. De anderen spaart hij ook niet, zoals we straks zullen zien.

 

Literaire teksten werden zelden uitgegeven in die tijd. Vandaar dat de werken van de Roovere pas 80 jaar na zijn dood zijn uitgegeven door stadgenoot Edward de Dene.

 

De ideeën die voortspruiten uit de poëzie van deze Brugse Rederijker vertonen heel wat verwantschap met die van zijn collega's Cornelis Everaert en Jan Smeken. De dood blijft hem voortdurend fascineren. Het aardse leven is niet je dat; het leven in het hiernamaals is veel beter. In dit aardse leven hebben we allemaal gebreken, al willen sommigen niet toegeven dat het zo is. In het gedicht Vander Mollen feeste komen we er alles over te weten. Hij spuit er kritiek op alle lagen van de bevolking. 

 

Vander Mollen feeste

Iedereen, arm en rijk worden geroepen door de opperste Prinche messagier. Gelijk welke rang of stand, jong of oud, iedereen van hoog tot laag wordt door der Mollen Heere, dopperste Prins geroepen. Vander Mollenfeeste is zelden volmaakt, maar niemand geraakt er onderuit. Iedereen wordt opgenoemd en niemand kan ontsnappen aan de dood, alhoewel de ene denkt dat hij beter is dan de andere. Iedereen heeft zijn gebreken en zal zich uiteindelijk moeten verantwoorden voor de opperste macht.

Maeckt u bereedt sonder sparen; Ghy moet al trecken ter mollen feeste.

 

Alhoewel het vroede zijn sterkste kant was, heeft hij ook prachtige amoureuze verzen geschreven. Het XVe refrein amoureus, de Sotte Amoureusheyt doet ons denken aan het spelen met klanken van een Guido Gezelle of Paul Van Ostayen die zoveel eeuwen na de Roovere kwamen. Lees het volgende refrein en je merkt hoe actueel het is. 

 

Sotte amoureusheyt 

Anthonis de Roovere is een groots dichter en wie denkt dat Rederijkerspoëzie oubollig is, heeft het duidelijk bij het verkeerde eind. De werken van sommige Rederijkers zijn van alle tijden: hun inhoud en uitstraling tarten de tand des tijds. En daar is de Roovere een uitstekend voorbeeld van.

ANNA BIJNS (1493 - 1575)

Anna Bijns was een Antwerpse onderwijzeres. Ze werd in 1493 te Antwerpen geboren. Aanvankelijk dichtte ze heel wat liefdesrefreinen. Maar naderhand veranderde haar onderwerp. Slechts enkele jaren nadta Luther zijn protestantse stellingen de wereld had ingestuurd, ontpopte zij zich als een felle verdedigster van de oude kerk. Haar refreinen zijn vanaf die tijd bijna allemaal gekeerd tegen Luther en zijn volgelingen. Later werd haar strijdlust wat gemilderd en schrijft zij eerder refreinen die haar bezorgdheid voor de mens en de oude kerk weerspiegelen.

 

Echt actief deelgenomen aan het Rederijkersleven heeft zij niet. Ze gebruikte wel de gangbare dichtvorm, het refrein, om haar emoties, uit te drukken. Ze bleek die vorm van poëzie dan ook bijzonder goed onder de knie te hebben. De techniek overheerste haar werk niet, maar de gedrevenheid waarmee ze schreef maakte haar tot een prima dichteres.

 

We hebben al een refrein in 't sotte van haar in deze bundel opgenomen. Hier volgt een refrein in 't vroede met de vraag of de Heer zijn kerk geheel vergeten is en de nieuwe leer zo maar zal blijven dulden. Met heel wat vergelijkingen en bijbelse verwijzingen probeert zij God duidelijk te maken dat de nieuwe kerkelijke leer van Luther ronduit het verval van de katholieke leer betekent. Vroeger werden de tegenstanders van de kerk gestraft, waarom biedt God nu geen weerstand ?

MATTHIJS DE CASTELEIN (1485 - 1550)

Matthijs de Castelein werd in Oudenaarde geboren in 1485 (of 1486). Naast priester was hij ook notaris apostolicus wat betekent dat hij ook aktes kon opmaken betreffende kerkelijke aangelegenheden of overeenkomsten tussen geestelijken.

 

Het meest bekend is hij wel als Rederijker. Hij was factor van twee verenigingen, nl. De Kersouwe en Pax Vobis, allebei uit Oudenaarde.

 

Hij kreeg van de stad heel wat verscheidene opdrachten, waaronder het organiseren van de grote Sacramentsdag, het vervaardigen en opvoeren van Spelen van Sinne, het opstellen van programma's voor verscheidene feestelijkheden enz. Verder organiseerde hij ook de Rederijkersactiviteiten voor de twee Kamers waarvanhij de factor was. Hij werkte ook mee aan verbroederingen met andere Rederijkerskamers.

 

Hij heeft heel wat werken geschreven. Zelf schrijft hij dat hij sesse en dertich esbatementen, acht en dertich tafle spelen (...) twaelve staende spelen van zinne. Voorts hebbic ghemaect (met paeis en minne) dertich waghenspelen ... Dat maakt samen 116 stukken. We kunnen alleen betreuren dat zo weinig de tand des tijds heeft overleefd. Alleen De Baladen van Doornycke, Diversche Liedekens en een dramatische bewerking van Piramus en Thisbe hebben het overleefd.

 

de Castelein schreef mooie liefdsegedichten. We geven een voorbeeld van een lied in 't amoureus uit zijn Diversche Liedekens.

 

Er zijn drie belangrijke punten om een gedicht goed te ordenen, nl. wat, waar en op welke wijze. En daar horen drie activiteiten bij : denk vooraf uit waarover zal geschreven worden, schik het geheel in de beste volgorde en versier het geheel welsprekend. Het logische verband en de betekenis mogen niet opgeofferd worden aan het rijm en dat ziet hij bij andere auteurs maar al te vaak gebeuren. Zij wagen zich aan allerhande taalspelletjes en dat is volgens hem een verarming van de retoriek : De const der Rhetoriken We vinden in zijn Const van Rhetoriken ook wel vormen van dergelijke Spielerei, maar eerder als voorbeeld van welke vormen er bestaan dan om ze te promoten. We hebben reeds enkele van zijn verzen in deze bundel opgenomen om verscheidene dichtvormen te verduidelijken. De Const van Rhetoriken is een poging om aan de hand van regels en tal van voorbeelden de retoriek in goede banen te leiden. Vandaar dat het een belangrijk document blijft voor de Rederijkerij.

 

Vvat es Rhetorijcke dan zulcke eloquentie (welsprekendheid)

Naer Fabius mentie (naer Fabius vermeldt), ende zijn narrérijnghe (vertelling, betoog)

Dees const, daer op ruist al onse intencie (daarop rust onze bedoeling)

Rijst (groeit), duer arbeid ende diligentie,

Duer groote experientie, ende studerijnghe,

Veel exercitien, groote tracterijnghe :

Dijn worden moety wijsselic ende by rade binden (moet wijselijk daarbij te rade gaan),

Zel euolutien ende recolerijnghe

Die dit niet en doet, sal dees const spade (zelden) vinden.

 

Eenrande (dergelijke) eloquentie vindt ghij in viguere

al de weereld deure, zoo Cicero scrijft,

ende heedt een groote dueghd wel tharer keure,

Vvelcke, daude (de oude) griecken met wijsen speure (onderzoekingen)

De wijsheit hieten, daert al by beclijft (waarbij alles),

En cracht van segghene, diedt al deurdrijft (die alles overtreft)

Alle dijngh verstijft, zoo an haer definitie cleeft,

Bouen alle cuensten zu meestresse blijft (boven alle kunsten blijft zij meesteres),

Vvant in alle zaken, zu exercitie gheeft.

 

Het es de edel const, van Rhetoriken zoet

die van veel facteurs crijgd schade ende indere.

Crepel dichten, steld bee meerder ende mindere.

MARCUS VAN VAERNEWIJCK (1518 - 1569)

Marcus van Vaernewyck uit Gent stamde uit een adellijke familie en was beeldhouwer en Rederijker. Hij was factor van de Rederijkerskamer Mariën-Theeren uit Gent en ook geschiedschrijver.

 

Zijn meest bekende werken zijn Cronijcke van Vlaenderen, het heldendicht Van den Regimenteurs van Vlaenderen, het historische gedicht Vlaemsche Oudcremdigheyt, Nieu tractaet en curte beschrijvinghe van het Edel Graefscap van Vlaenderen, Levensgeschiedenis van Keizer Karel, en de Spieghel der Nederlantschen Audheyt. Doch het meest belangrijke is wellicht zijn dagboek Van die beroerlick tyden in die Nederlanden en voornamelijck binnen Ghendt.

 

Herman Pleij schrijft dat de bedoelde veranderingen waaraan de Rederijkerij als sociaal en literair fenomeen een wezenlijk aandeel blijkt te hebben, worden beheerst door het streven van de stedelijke en burgerlijke elite om zich door nieuwe gedragsvormen en de uitbouw van een eigen ideologie van het gewone volk te onderscheiden.

 

Van Vaernewijck is ook kind van zijn tijd: in zijn werken vertoont hij de gespletenheid van iemand die leeft op de balans van de middeleeuwen en de nieuwe tijden, nl. de renaissance en het humanisme. Zijn oudste werken, die meer geschiedkundig zijn, vertonen eerder middeleeuwse trekken. Pas later, voornamelijk in zijn proza, waarin hij meer beroep doet op zijn beeldend vermogen, komen elementen van de nieuwe tijden er met mondejsmaat door. Hij neigt wel eerder naar de conservatieve kant en is de vernieuwing niet zeer goed gezind. De orde, die van God komt en door Hem gewild werd, is de leidraad van de maatschappij. Het sleutelwoord is trouw: trouw aan de Kerk en aan de Koning is het absloute dogma. Hij lijkt in vele opzichten een navolger van Anna Bijns te zijn.

LUCAS VAN HEERE (1534 - 1584)

Deze Gentse schilder-dichter, illustrator en autodidact, staat al een stap dichter bij de nieuwe wereld van de renaissance die bi ons halverwege de 16de eeuw is binnengedrongen. We merken in zijn werk duidelijk de invloed van de Franse dichtkunst. Het inzicht in deze poëzie heeft hij verworven toen hij van 1559 tot 1560 aan het Franse hof te Parijs verbleef om er patronen voor tapijtwerk te ontwerpen.Het resultaat van deze Franse invloed is te merken in zijn Den hof en boomgaerd waarmee hij als vernieuwer onze literatuurgeschiedenis is ingegaan: de bundel bevat namelijk van de oudste in het Nederlands geschreven sonnetten. Ook de structuur van het werk is voor die tijd ongewoon. Het is ingedeeld volgens verscheidene genres waaronder oden, epigrammen, sonnetten en rederijkersrefreinen. Ook de plaatsing van de gedichten is nieuw voor de Nederlandse literatuur : de sonnetten komen precies in het midden van het boek te staan. De reden daarvoor is dat d'Heere in navolging van zijn Franse collega's het sonnet als meest prestigieuze korte dichtvorm beschouwde.

 

Een nadeel in zijn dichtkunst is evenwel dat hij deze nieuwe dichtvormen op een nogal theoretische manier benadert. Hij richtte zich evenwel tot een zeer heterogeen publiek. Dat komen we te weten uit de opdrachten die aan zijn gedichten voorafgaan: ze zijn gericht aan beroemde humanisten, platselijk bekende Rederijkers, Gentse vooraanstaanden en dames uit rijke middens met invloedrijke echtgenoten. Deze poëzie was niet voor iedereen weggelegd. Dit betekent echter niet dat hij de rederijkersrefreinen de rug toe keert: ongeveer een kwart van Den hof en boomgaerd wordt ingenomen door refreinen, en in 1564 nam hij nog deel aan een refreinenwedstrijd.

 

Na de beeldenstorm moest d'Heere, als calvinist, de vlucht nemen naar Engeland. Hij keerde pas in 1577 uit zijn ballingschap naar Gent terug. Hij stelde zijn dichtkunst vanaf die tijd volledig ten dienste van de propaganda voor de Prins van Oranje. De gratuite poëzie van zijn beginperiode behoorde voorgoed tot het verleden. Zijn activiteiten waren enkel nog politiek geïnspireerd.

DE GOUBLOEM


Koninklijke Rederijkerskamer

 

CONTACTADRES

 

Adres: Nieuwe Rolleweg 52, 1800 Vilvoorde

Email: info@degoubloem.be

Mobiel: 0475 910 383

KOMENDE ACTIVITEITEN

 

  • Vilvaudeville
  • De klucht der vergissingen
  • Ommegang Brussel
  • Pension van lichte zeden

Officiële website van de Koninklijke Rederijkerskamer De Goubloem vzw

0445.740.239 - BE65 4347 2554 0196 - KREDBEBB

Jon Igartua y Porres, Nieuwe Rolleweg 52, 1800 Vilvoorde - 0475 91 03 83

facebook - mail - web - webmaster - privacy

© Copyright. Alle rechten voorbehouden. Webdesign: Ongi Etorri