Landjuweel

REDERIJKERIJEN


INLEIDING


De Rederijkers wilden met hun kunnen ook buiten de gesloten kring van stad of dorp treden. Daarom richtten ze wedstrijden in. Andere kamers werden uitgenodigd om te wedijveren in de edele toneelspeelkunst. Het Landjuweel en de hagespelen zijn daardoor ontstaan. Het Landjuweel nam een heel bijzondere plaats in onder de festiviteiten en de wedstrijden van de Rederijkers. Ze waren zeer groots opgezet en er was veel luister en geld mee gemoeid. Net zoals de structuur van de Rederijkerskamer aan strenge regels gebonden was, gold dat evenzeer voor het Landjuweel.

 

De hagespelen waren minder luisterrijk. De reglementering was ook minder strak, maar prijzen waren er wel in overvloed.

 

Alle Landjuwelen werden in het toenmalige Brabant (= de huidige provincies Brabant, Antwerpen en Nederlands Brabant) gehouden. Bij het horen van de naam Landjuweel zouden we kunnen denken dat het om een manifestatie gaat waarbij het hele land betrokken was, maar dat was niet zo. Het Landjuweel beperkte zich geografisch tot het Brabantse landsgedeelte.

 

Er werd ook enkel aan deelgenomen door Brabantse Kamers.

 

Wie de wedstrijd won, moest het volgende Landjwueel inrichten en moest telkens de te winnen prijs verhogen.

 

Eens je eraan deelnam, moest je blijven deelnemen (daarop zijn wel enkele uitzonderingen gemaakt).

 

Wie het beste esbattement (= klucht) bracht, won het Landjuweel. Daarnaast waren er wel nog tal van andere prijzen voor verscheidene onderdelen van de hele wedstrijd.

 

Het is wel eigenaardig dat het opgelegde genre, waarmee het Landjuweel gewonnen werd, nl. het esbattement een minderwaardig genre was. Matthijs de Castelein leert ons nochtans dat de belangrijkste en meest invloedrijke vorm van toneel het spel van sinne is. Dit werpt een heel bijzonder licht op het statuut en de appreciatie van de Landjuwelen. Ze waren groots in opzet, maar werden blijkbaar niet beschouwd als een volwaardig literair feest. Het was veeleer een goed en groots opgezet volksfeest. De grote aandacht ging naar de spectaculaire elementen van de feestelijkheden. Dat zien we ook als wij bekijken welke prijzen er uitgereikt werden: de meest luissterrijke intrede in de stad - de clownerieën van de nar - de verlichting van het lokaal.

 

We kunnen niet zeggen dat er een regelmaat terug te vinden is in de organisatie van de Landjuwelen. Doch dat heeft niets met voorschriften of regels te maken, eerder met de woelige politieke en religieuze periode waarin de Landjuwelen georganiseerd werden.

 

Echte Landjuwelen zijn er ook niet zoveel geweest : we tellen er slechts zeven. Of dat toevallig is of niet, is niet duidelijk, maar het komt goed uit. Als we aannemen dat een Landjuweel deel uitmaakt van een cyclus, dan lijkt het getal zeven een mooi getal om de cyclus rond te maken : een heilig getal om in de sfeer van de (voorbije) middeleeuwen te blijven. De cyclus begon bij De Peoene in Mechelen (1515), werd voortgezet door De Kersouwe uit Leuven (1518), De Christusogen uit Diest (1521), Het Mariacransken uit Brussel (1532), opnieuw door De Peoene in Mechelen (1535), nog eens te Diest (1541) en afgerond door de De Violieren in Antwerpen (1561).

 

Er is nooit een tweede cyclus gekomen. De oorzaak daarvoor is te vinden in de woelige tweede helft van de 16de eeuw. De Beeldenstorm van 1566, de inval van de Spanjaarden in 1584 en de val van Antwerpen in 1585 zijn hiervan maar enkele voorbeelden.

HET VERLOOP


Om het verloop van het Landjuweel te verduidelijken, nemen we het laatste Landjuweel van 1561 in Antwerpen als voorbeeld.

 

de uitnodiging

Na de officiële toelating tot inrichting moesten de Kamers een uitnodiging krijgen met een onderwerp en de voorwaarden voor de toneelspelen die opgevoerd moesten worden. Ook de te verdienen prijzen werden erin meegedeeld.

 

de intocht

De verscheidene deelnemende Kamers deden hun blijde intocht in de stad waar het Landjuweel werd ingericht. Hiermee was al een eerste prijs te verdienen, nl. een zilveren schaal van zes onche voor de Kamer die het schoonst en met meest volcx van ghetale zijn intrede deed.

 

In 1561 in Antwerpen wachtten de Violieren de andere Kamers op en daarna trokken ze allen in stoet van de rand van de stad naar de Grote Markt. Bijna alle Kamers hielden zich aan hetzelfde systeem. Allen brachten ruiters mee, versierde en met fakkels verlichte praalwagens. De meeste hadden ook speelwagens mee waarop de allegorie door personages zou uitgebeeld worden. Het was waarschijnlijk niet alleen de mooiste maar ook de grootste stoet die Antwerpen ooit al gezien had : goed voor 1328 ruiters en 23 sppeelwagens en nog eens 196 praalwagens.

 

Na de intrede werd door de stad wijn geschonken ter ere van de deelnemers.

 

de loting

De dag na de intocht werd geloot om de volgorde waarin de spelen zouden worden opgevoerd, te bepalen.

 

de kerkgang

Eerst was er de plechtige kerkgang in de OLV kerk. Aanvankelijk werd voorzien dat elke Kamer apart de kerkgang zou doen, voor ze aan het Spel van Sinne zouden beginnen. Toch werd de kerkgang gezamenlijk gedaan. Ook hier was een prijs te verdienen. De Groeiende Boom uit Lier won een zilveren Salvator van drie onche voor de schoonste en solemnelijckste kerkgang.

 

het welkomstspel

In de namiddag bracht de uitnodigende Kamer (De Violieren) een welkomstspel en verder werden alle deelnemende Kamers afzonderlijk welkom geheten. Als slot van de dag boden de Prince en de Hoofdman van De Violieren een maaltijd aan ter ere van de notabelen van de aanwezige Kamers.

 

de wedstrijd zelf

Eerst werden de Spelen van Sinne opgevoerd en daarna werd het Landjuweel afgesloten met esbattementen.

 

de prijsuitreiking

De prijzen voor de literaire en de niet-literaire activiteiten werden uitgereikt. Er werden prijzen uitgereikt voor het beste esbattement, het beste Spel van Sinne, het beste poëtelijck punt. De niet-literaire prijzen werden gegeven voor de beste acteur, de mooiste presentatie van het blazoen, de beste nar enz. maar dat was nog niet helemaal het einde van het Landjuweel.

 

het afscheid

De spelen zijn gespeeld, de prijzen zijn uitgereikt. Er volgde alleen nog het afscheidsspel of het Adieu van de uitnodigende Kamer. Net zoals bij de Wellecome werd van alle Kamers afzonderlijk afscheid genomen.

 

Voor De Violieren was het toen nog niet afgelopen, want zij zorgden er dan ook nog voor dat alles te boek gesteld werd en keurig verzorgd werd uitgegeven.

DE GOUBLOEM


Koninklijke Rederijkerskamer

 

CONTACTADRES

 

Adres: Nieuwe Rolleweg 52, 1800 Vilvoorde

Email: info@degoubloem.be

Mobiel: 0475 910 383

KOMENDE ACTIVITEITEN

 

  • Vilvaudeville
  • De klucht der vergissingen
  • Ommegang Brussel
  • Pension van lichte zeden

Officiële website van de Koninklijke Rederijkerskamer De Goubloem vzw

0445.740.239 - BE65 4347 2554 0196 - KREDBEBB

Jon Igartua y Porres, Nieuwe Rolleweg 52, 1800 Vilvoorde - 0475 91 03 83

facebook - mail - web - webmaster - privacy

© Copyright. Alle rechten voorbehouden. Webdesign: Ongi Etorri